Hannelly Krutwagen-Lemmens

Hannelly Krutwagen-Lemmens

Het ritme van het rijm en het talent voor taal is mij aangeboren. Bijna zo lang als ik kan schrijven schrijf ik al gedichten. Mijn eerste publicatie was op 6-jarige leeftijd in het Eindhovens Dagblad. Toen ik 10 jaar was kreeg ik van koningin Juliana een dankbrief voor een gedicht dat ik schreef n.a.v. het overlijden van haar moeder.

Ik heb mezelf tot dichter ontwikkeld – daar kwam geen studie letteren aan te pas, maar wel een leeshonger die tot heden nog niet gestild is.
Naast gedichten schreef ik ook jarenlang liedteksten, zowel voor mijzelf als op verzoek van het Lopend Vuurtje,een koor dat gespecialiseerd is in strijdliederen, of voor scholen als cabaretliederen om ouders naar de voorlichtingsavonden te lokken

Eind jaren negentig heb ik bijna drie jaar “Vers Vers” aan de gevel van café Bommel in hartje Eindhoven in stand gehouden, een door mijzelf geïnitieerde pleisterplaats voor dichtwerk van jonge dichters, en als het niet anders kon van eigen hand. Honderden voorbijgangers konden hier wekelijks van de wisselende geschriften genieten.

In 2004 deed ik voor het eerst mee aan een dichtwedstrijd, het Brabants Kerstgedicht, en won. Twee jaar later werd ik in diezelfde competitie tweede.

Pas in 2007 heb ik het gewaagd mij te meten met een aantal andere dichters door deel te nemen aan een landelijke gedichtendag dichtwedstrijd, die ik tot mijn genoegen won. En een jaar later was opnieuw in die dichtwedstrijd de eerste prijs voor mijn gedicht.

In 2009 werd ik door Hernehim gevraagd als gastdichter en genomineerd voor het gedicht van de maand mei. Datzelfde jaar stond het gedicht “Overleven” van mijn hand als openingsvers in het boekje van de Internationale Kunst- en natuurwandeling, een projekt dat in Schoonoord werd uitgevoerd.

Het dichten is voor mij een onuitputtelijke bron van vreugde. Aan de sonnettenkransenkransen, door o.a. Bas Jongenelen geïnitieerd, heb ik eerst twee, toen elf, toen veertien en voor de nog uit te brengen vierde editie wederom veertien sonnetten mogen bijdragen.

Linkersok

je vindt je sok bij deze brief
ik heb hem laatst gevonden
jij leeft nu ongebonden
ik heb allang een ander lief

ik stond er stom mee in mijn hand
zo vreemd vertrouwd, heel even
iets uit een vorig leven
een schip dat nog niet was verbrand

dan zijn ze nu weer bij elkaar
want sokken zijn altijd een paar
wij deden het veel slechter

ik heb je, denk ik, goed gekend
dus als je niet veranderd bent
heb jij nog steeds de rechter